Pontifical Council for the Pastoral
Care of Migrants and Itinerant People

 

BOODSCHAP VAN PAUS FRANCISCUS

VOOR DE WERELDDAG VAN DE MIGRANT

EN DE VLUCHTELING 2016

17 januari  2016

“Migranten en vluchtelingen interpelleren ons.

Het antwoord van het Evangelie van de barmhartigheid”

 Niet-officiële vertaling

 

Beste zusters en broeders  !

 

In de bul die het buitengewoon Jubeljaar van de Barmhartigheid instelt, heb ik eraan herinnerd dat « er momenten zijn waarop wij, sterker dan anders, opgeroepen worden om onze aandacht te vestigen op de barmhartigheid, zodat ook wij een duidelijk teken zouden worden van de wijze waarop de Vader handelt ». (Misericordiae Vultus, n.3).  

De liefde van God wil iedereen bereiken. Iedereen die de omhelzing van de Vader ontvangt, verandert zelf in een mens met open armen, die anderen omhelst. En daardoor gaat iedereen beseffen dat hij of zij bemind is als zoon of dochter. Zo « weet iedereen zich thuis » in de ene grote mensenfamilie.  Gods aandacht als Vader is even welwillend tegenover iedereen, net zoals een herder aandacht heeft voor al zijn schapen alhoewel hij toch veel gevoeliger is voor de noden van het lam dat gekwetst is, uitgeput of ziek. Zo heeft Jezus Christus ons gesproken  over de Vader. Zo maakt Hij ons duidelijk dat de Vader zich ontfermt over de fysiek of moreel gekwetste mens ; méér zelfs : hij zegt dat hoe zwaarder de omstandigheden zijn, des te efficiënter de Vader zijn goddelijke mededogen openbaart.   

Momenteel nemen overal in de wereld de migratiestromen toe. Vluchtelingen en alle mensen die hun vaderland ontvluchten interpelleren zowel indidivuele burgers als samenlevingen en stellen hun gebruikelijke manier van leven op de proef.  Af en toe verstoren zijn de sociale en culturele context waarin ze terecht komen. Meer en meer zijn er slachtoffers van geweld en armoede die - wanneer ze hun land ontvluchten om elders hun droom op een beter leven te realiseren - onderweg uitgebuit worden door mensensmokkelaars. Als ze misbruiken en  tegenkantingen toch doorkomen, moeten ze dikwijls nadien weerstand bieden tegen een klimaat van vrees en latente verdachtmakingen.  Finaal worden ze dan nog geconfronteerd met onthaaltoestanden zonder duidelijke normen, met een groot gebrek aan een integratiepolitiek op korte of lange termijn die ieders rechten en plichten respecteert. 

Meer dan in het verleden schudt het Evangelie van barmhartigheid het geweten van de mens dooreen. Het verhindert dat men zich went aan andermans lijden.  Dit Evangelie trekt sporen die, geïnspireerd door de theologale deugden van geloof, hoop en liefde, concreet worden in spirituele en lichamelijke werken van barmhartigheid.  

Die vaststellingen brengen mij ertoe de Werelddag van de Migrant en de Vluchteling 2016 te wijden aan het thema : « Migranten en vluchtelingen interpelleren ons. Het antwoord van het Evangelie van de barmhartigheid ».  Migratiestromen zijn voortaan een structurele realiteit. De allereerste vraag die zich dan opdringt gaat over de manier waarop wij de urgentiefase achter ons laten om ruimte te scheppen voor programma’s die inspelen op de oorzaken van migratie, met alle veranderingen die daarmee gepaard gaan en met de impact van nieuwe mensen op samenlevingen en volkeren. Elke dag interpelleren dramatische gebeurtenissen van miljoenen mannen en vrouwen de Internationale Gemeenschap : want telkens duiken er op zoveel plaatsen in de wereld onaanvaardbare humanitaire crisissen op. Onverschilligheid en zwijgen leiden tot medeplichtigheid. Wij worden medeplichtig  wanneer we enkel als toeschouwer blijven kijken naar mensen die sterven door verstikking, ontbering, geweld en verdrinking.  Of die gebeurtenissen nu groot, héél groot of zeer klein zijn is bijzaak : want telkens gaat het over tragedies. En het blijft een tragedie, ook wanneer er slechts één enkel mensenleven verloren gaat. 

Migranten zijn onze broeders en zusters.  Zij zoeken een beter leven. Zij willen weg uit armoede en honger. Zij hebben hun buik vol van uitbuiting en van de  onrechtvaardige verdeling van de goederen van deze wereld die rechtvaardig en eerlijk verdeeld zouden moeten worden onder alle mensen. Is het immers niet zo, dat iedereen verlangt zijn of haar levensomstandigheden te verbeteren ? Willen we niet allemaal het recht verwerven op een eerlijk en billijk welzijn dat wij kunnen delen met wie ons dierbaar is ?  

In deze fase van de geschiedenis, die zo sterk getekend is door migratie, is identiteit geen tweederangs kwestie. Wie migreert wordt feitelijk genoopt  bepaalde trekken van zijn of haar persoon te veranderen. En ook wie onthaalt wordt gedwongen te veranderen, zelfs al wil men dit niet. Vandaar de vraag : hoe kunnen wij die veranderingen beleven zodat ze geen hinderpaal maar integendeel een kans worden voor een authentieke menselijke, sociale en geestelijke ontplooiing ? Hoe kunnen die veranderingen de waarden bevorderen die de mens méér mens maken en hem of haar in een juiste verhouding brengen tot God, tot de anderen en tot de schepping ?  

De aanwezigheid van migranten daagt de samenlevingen die hen onthalen serieus uit. Ze moeten omgaan met nieuwe situaties die schadelijk kunnen worden wanneer de dingen niet correct worden aangepakt en geregeld. Hoe kunnen we er dus voor zorgen dat de integratie van mensen een wederzijdse verrijking wordt, nieuwe perspectieven opent voor de gemeenschappen en het gevaar voor discriminatie, racisme, extreem nationalisme en vreemdelingenhaat voorkomt ?  

De Bijbelse openbaring dringt erop aan de vreemdeling te verwelkomen. De Schrift zegt dat wij zodoende de deur naar God openen en dat wij in het gelaat van de andere de trekken van Christus zelf zien. Veel instellingen, verenigingen, bewegingen, geëngageerde groepen, diocesane, nationale en internationale organisaties ervaren die ontmoetingen met vreugde, als een wonder, als een feest, als een uitwisseling en een solidariteit.  Zij hebben het woord van Jezus Christus herkend wanneer Hij zegt : «  Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop » (Openbaring 3,20). Maar ondertussen neemt het aantal debatten toe rond de voorwaarden en de inperking van het onthaal van migranten. We zien dit gebeuren zowel op het niveau van de nationale politiek als binnen sommige parochiegemeenschap-pen die hun traditionele rust bedreigd zien.   

Hoe kan de Kerk die vragen opnemen ? Wat kan zij anders doen dan zich te inspireren aan het voorbeeld en aan de woorden van Jezus Christus ? Het antwoord van het Evangelie is barmhartigheid, mededogen, erbarming.   

Barmhartigheid is op de eerste plaats een geschenk dat God zichtbaar maakt in zijn Zoon : Gods erbarmen wekt inderdaad gevoelens op van vreugde en dank. Want zij biedt hoop op het mysterie van de verlossing in het bloed van Christus.  Bovendien voedt en sterkt zij de solidariteit jegens de naaste als het onmisbaar antwoord op de gratuïte gave van Gods liefde die « in ons hart is gestort door de Heilige Geest » (Rom 5,5). Overigens is elke mens verantwoordelijk voor zijn of haar buurvrouw en buurman  : wij zijn de behoeders van onze broeders en zusters, waar zij ook leven.  Goede contacten onderhouden en de vooroordelen en vrees ten aanzien van de andere overstijgen zijn essentiële ingrediënten opdat een cultuur van ontmoeting vrucht zou dragen. Men moet niet enkel bereid zijn om aan de andere te geven. Men moet ook bereid zijn om van de andere te ontvangen.  Gastvrijheid lééft inderdaad vanuit die wisselwerking tussen geven en ontvangen.  

In dat perspectief is het belangrijk migranten niet enkel te zien in functie hun wettig of onwettig statuut. Het is belangrijk hen te zien als mensen die in hun waardigheid beschermd moeten worden. Zo kunnen zij ook bijdragen aan de vooruitgang en aan het algemeen welzijn. Dit geldt in het bijzonder wanneer zij op een verantwoordelijke manier hun plichten waarnemen jegens de mensen en de samenleving die hen onthalen en dankbaar het geestelijk en matierieel patrominium van het gastland eerbiedigen, aan de wetten gehoorzamen en de lasten van een samenleving helpen dragen. Migratie mag men niet herleiden tot haar politieke en normatieve dimensie of tot haar economische gevolgen of tot een kwestie van vreedzame coexistentie van culturen op een territorium. Die aspecten vervolledigen de verdediging en de promotie van de menselijke persoon, de cultuur van ontmoeting, de eenheid onder volkeren wanneer het Evangelie van barmhartigheid een inspiratie en een aanmoediging is om wegen te ontwikkelen die heel de mensheid vernieuwen en veranderen.  

De Kerk staat aan de kant van allen die ieders recht op een menswaardig leven verdedigen, op de eerste plaats door het recht te vrijwaren dat mensen niet gedwongen worden te emigreren en dat zij kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van hun eigen land. Dit proces vereist in eerste instantie dat landen en regio’s waaruit mensen vluchten en migreren geholpen moeten worden. Het betekent dat solidariteit, ontwikkelingssamenwerking, internationale wederzijdse afhankelijkheid en een rechtvaardige verdeling van de goederen de fundamentele elementen zijn om op een beslissende manier en in de diepte te werken in de regio’s waar migratiestromen starten.  Dit moet de onevenwichten opheffen die mensen dwingen om collectief of individueel weg te trekken uit hun natuurlijke habitat en uit hun cultureel milieu. In ieder geval moet in een zo vroeg mogelijk stadium een halt toegeroepen worden aan armoede, geweld en vervolging die mensen tot vluchten aanzetten. De publieke opininie moet daarover correct geïnformeerd worden om te voorkomen dat er onnodige vrees onstaat en dat er allerhande speculaties over migranten de ronde doen.   

Vandaag kan niemand beweren niet geschokt en geïnterpelleerd te zijn door nieuwe vormen van slavernij waarbij criminele organisaties mannen, vrouwen en kinderen kopen en verkopen en hen dwingen te werken in de bouwsector, in de landbouw, in de visserij en in andere marktsegmenten. Hoeveel minderjarigen worden er vandaag niet door gewapende milities ingelijfd als kindsoldaat ! Hoeveel mensen worden slachtoffer van orgaanhandel, verplicht te bedelen, seksueel uitgebuit ! Vluchtelingen willen aan die absurde criminaliteit ontkomen. Zij doen een beroep op de Kerk en op de mensengemeenschap zodat ook zij, in de uitgestoken hand die hen onthaalt, het gelaat van God kunnen ontmoeten, « de Barmhartige Vader, de God van alle vertroosting  » (2Kor 1,3). 

Beste zusters en broeders migranten en vluchtelingen !  In de kern van het Evangelie van de barmhartigheid wordt de ontmoeting en het onthaal van de andere verbonden met de ontmoeting en het onthaal van God : iemand ontvangen is God zelf ontvangen.  Laat niet toe dat iemand jullie hoop en levensvreugde steelt. Zij liggen gebed in jullie ervaring van Gods erbarmen die zichtbaar wordt in de mensen die jullie onderweg onmoeten !  Ik vertrouw jullie toe aan de Maagd Maria, de moeder van migranten en vluchtelingen, en aan de heilige Jozef. Beiden hebben de bittere vlucht naar Egypte doorgemaakt.  Ik vertrouw jullie ook toe aan de mensen die hun tijd, energie en capaciteiten wijden aan de pastorale en sociale hulp van migranten.

Van ganser harte schenk ik aan allen mijn apostolische Zegen.

 

Gegeven in het Vaticaan, op 12 september 2015,

gedachtenis van de heilige naam van Maria

 

 

Franciscus